Dossiers
Over het ontwerpdecreet ondersteuningsstructuur in de Vlaamse beleidsbrief 2010-2011
Uit de Vlaamse beleidsbrief Sociale Economie 2010-2011 (november 2010)
4.4. SD 4: De weg naar een socialere economie faciliteren
4.4.1. Uitbouw van een gericht en complementair ondersteuningsaanbod
Duurzame tewerkstelling in de sociale economie realiseer je niet alleen door loon- en omkaderingspremies toe te kennen of een rugzak mee te geven met de werknemer. Ook van ondernemingen wordt engagement en expertise verwacht op het vlak van methodiek, management, doelgroepenbeleid, innovatie, enz. Verwerving en behoud van die expertise is niet vanzelfsprekend in een steeds sneller evoluerende samenleving en economie. Ondersteuning is noodzakelijk om te komen tot een socialere economie.
In het verleden werd in het kader van het meerwaardenbesluit een specifiek ondersteuningsaanbod voor de sociale economie uitgebouwd. De instrumenten en maatregelen werden meestal opgebouwd met een zeer specifieke focus (doelgroep, maatregel of groep maatregelen), maar hielden geen gelijke tred met het beleid. Een recente evaluatie van de administratie wees uit dat de:
- efficiëntie en effectiviteit van de maatregelen niet altijd even optimaal is;
- de afstemming tussen de maatregelen onderling en met vergelijkbare maatregelen vanuit Economie vaak zoek is;
- een aantal maatregelen niet conform zijn aan de Europese staatssteunregels.
In lijn met de vereenvoudiging van de werkvormen binnen de sociale economie tot twee pijlers, maatwerk en lokale diensten, en conform het Vlaamse Regeerakkoord is het dan ook logisch om het huidige ondersteuningsaanbod te hervormen op basis van de noden van sociale ondernemers en met het oog op de ondersteuning van innovatie in de sociale economie.
Realisaties
Een ontwerpkader voor de nieuwe ondersteuningsstructuur is klaar. Specifieke aandacht ging hierbij naar een evaluatie van de huidige ondersteuningsinstrumenten, een vergelijking met het relevante ondersteuningsinstrumentarium voor reguliere bedrijven en een eerste aftoetsing met het beleidsdomein EWI. Ter voorbereiding van dit kader werd een intensief overlegtraject met de sector en haar deelsectoren afgelegd.
De financiering van de ondersteuningsstructuren is in 2010 waar mogelijk al aangepast aan de herziening en werd bijgestuurd in het licht van meer resultaatgerichte inzet van de middelen. Het betreft de besluiten voor VOSEC, de startcentra, Trividend, UAMS, doorlichtingsteam, adviespremies, KOMOSIE, en de koepel lokale diensteneconomie.
Het Sociaal Investeringsfonds (SIFO) kende een trage start in 2009 als gevolg van de financieel-economische crisis. Daarnaast werden de erkenningsovereenkomsten met Netwerk Rentevrij, Hefboom en Trividend pas in het laatste kwartaal ondertekend. De eerste jaarhelft van 2010 toonde een heropleving van de trekkingsaanvragen. De erkende financiers verwachten in 2010 dan ook het maximum van hun trekkingsrechten uit te oefenen. De opvolging van het SIFO vindt plaats binnen het Strategisch Comité met daarin vertegenwoordigers van PMV, het Departement WSE, het kabinet Sociale Economie, een financieel expert en een vertegenwoordiger van VOSEC. Dit comité kwam het afgelopen jaar 3 keer samen.
Tot en met 31 augustus 2010 keerde het SIFO 2.720.320 euro aan trekkingsrechten uit voor de cofinanciering van 58 specifieke dossiers. De bedragen voor de cofinanciering variëren tussen 7.321 euro en 300.000 euro en bevatten doorgaans 67% van het totale kredietbedrag. De duurtijd van het krediet loopt van 3 tot 120 maanden. Bijna de helft van de middelen werd geïnvesteerd in sociale werkplaatsen; 24% van de investeringen gaan naar organisaties die onder de VOSEC-definitie vallen en 14% gaat naar invoegbedrijven. De cofinanciering werd hoofdzakelijk gebruikt voor investeringskredieten (64%) gevolgd door bedrijfskredieten (23%) en overbruggingskrediet (13%).
In het kader van BBB werd het VIPA-luik beschutte werkplaatsen overgeheveld naar het VSAWSE. Het VIPA verleent financiële steun voor infrastructuurwerken. De procedure is echter niet aangepast aan de huidige economische omgeving waar werkplaatsen snel moeten kunnen inspelen op nieuwe opportuniteiten, ook deze die aanpassingen van de infrastructuur met zich meebrengen.
Beleidsopties
Ontwerpdecreet voor de ondersteuningsstructuur
De nieuwe ondersteuningsstructuur wil gerichter antwoord bieden op nieuwe noden op het terrein, vooral op vlak van innovatie, zonder afbreuk te doen aan de basisondersteuning. Een optimaal gebruik van de huidige ondersteuningsinstrumenten is hierbij een must.
Dit najaar wordt een definitief ontwerpkader voor de ondersteuning voorgelegd aan de sector en de sociale partners. Voor de indiening van het ontwerpdecreet in het parlement wordt gemikt op midden 2011. Dit ontwerpkader omvat een ondersteuningsorgaan, een overlegplatform en directe ondersteuning van de individuele onderneming op vlak van advies en financiering. Gerichte ondersteuning is het sleutelwoord om sociaal en maatschappelijk verantwoord ondernemerschap te versterken.
Zowel toekomstige maatwerkbedrijven, initiatieven lokale diensteneconomie, coöperatieve en maatschappelijk verantwoorde ondernemers zullen kunnen rekenen op gerichte management¬ondersteuning. Ook de ondersteuning van de regierol van de lokale besturen zal een plaats krijgen.
één ondersteuningsorgaan
De ondersteuningsstructuur van de toekomst zal diverse elementen omvatten.
Een eerste element is een nieuw ondersteuningsorgaan dat een dienstenaanbod zal organiseren binnen vijf deeldomeinen en twee horizontale prioriteiten. De vijf deeldomeinen zijn vorming, training en opleiding, human resources management, communicatie en sensibilisatie, maatschappelijk verantwoord ondernemen en organisatieontwikkeling. De twee horizontale prioriteiten zijn kwaliteitszorg en innovatie. De focus in het dienstenpakket ligt hier op collectieve ondersteuning van de ondernemingen.
Dit nieuwe ondersteuningsorgaan zal duidelijke afspraken maken met de overheid in het kader van een meerjarenstrategie, met daarin concrete parameters op vlak van bereik, minimale dienstverlening ten aanzien van de ondernemingen, en kwaliteitseisen centraal. Daar waar nodig zal de dienstverlening dicht bij de ondernemingen worden georganiseerd.
Overlegplatform
Een tweede element in de nieuwe ondersteuningstructuur is het overlegplatform met de sector, opgericht voor de beleidsevaluatie, - opvolging en – voorbereiding. Dit platform en de samenstelling ervan worden decretaal verankerd en er zullen middelen voorzien worden om de werking ervan te ondersteunen.
Individuele ondersteuning
Ten slotte worden binnen het derde luik van de nieuwe ondersteuningstructuur een aantal bestaande instrumenten uit het ondersteuningsaanbod met een directe individuele ondersteuning aan startende en bestaande ondernemingen geclusterd en met een specifieke regeling in het ontwerpdecreet verankerd. Dit geldt onder meer voor de toegang tot kapitaal, het inkopen van advies op maat, de ondersteuning van innovatie alsook de facultatieve subsidies in het kader van sociale economie of maatschappelijk verantwoord ondernemen.
De samenwerkingsovereenkomst met PMV voorziet een grondige evaluatie van het SIFO in het laatste kwartaal van 2010. Mede op basis hiervan zal de financiële ondersteuning verbeterd worden. Er is ook een budget voor een kortlopende studieopdracht voorzien. Krijtlijnen hierbij zijn de uitgangspunten van de hervorming van de sociale economie met oog voor afstemming en complementariteit, de principes van sociaal ondernemerschap en aandacht voor innovatie.
Met betrekking tot de investeringssteun (VIPA) aan de beschutte werkplaatsen, wordt in het najaar een nieuw ontwerp van Besluit aan de Vlaamse Regering voor goedkeuring voorgelegd. Vanaf begin 2011 kan dit besluit dan ingevoerd worden. Geregeld zullen de aanvragen voor investeringssteun in het kader van dit nieuw besluit worden opgevolgd om te komen tot een eventuele bijsturing van de afspraken en werkwijzen. De bijsturingen zullen uitgevoerd worden rekening houdend met de evoluties op het vlak van de concretisering van de principes maatwerken.
Daarnaast komt er een passend flankerend beleid vanuit de overheid. Met het beleidsdomein EWI en de agentschappen binnen WSE zal onderzocht worden hoe de ondersteuningsmaatregelen beter op elkaar afgestemd kunnen worden. Zo verduidelijkt de nieuwe ondersteuningsstructuur niet alleen wat de overheid zelf wil doen en wat niet, maar ook hoe de diverse ondersteuningsmogelijkheden voor de ondernemingen in de sociale economie zich tot elkaar verhouden. In dit kader wordt vanaf 2011 de integratie van de taken van het doorlichtingsteam binnen het VSA voorbereid. De eigenlijke integratie is voorzien op 1 januari 2012.
In het licht van de ontwerpregeling en een meer efficiënte inzet van middelen zal ook de financiering van de bestaande structuren in 2011 worden bekeken.
Budget
Voor de ondersteuningstructuren is 2011 een laatste overgangsjaar. Het ondersteuningsbudget op JC0 JE 201 3200 blijft behouden, de invulling ervan wordt gekoppeld aan outputindicatoren die de overstap naar de nieuwe ondersteuningsstructuur voorbereiden. Het budget voorzien op JC0 JE 201 3200 bedraagt 1.935.000 euro, op JC0 204 3300 voorzie ik hiertoe 1.283.000 euro.
Voor de studieopdracht in het kader van SIFO is 15.000 euro voorzien op budget 2010 BA, JE100 1211
De investeringsbijdragen zijn voorzien op JC0 JE208 5210. Het budget voor 2011 bedraagt (onder voorbehoud) 1.797.000 euro inclusief de nationale loterijmiddelen JC0 JE209 5210 ad. 417.000 euro.
