Communicatie
27/1/2009: Ondernemingen in de sociale economie creëren duurzaam, zinvol en kwalitatief dienstenchequewerk
PERSBERICHT VOSEC - Brussel, 27 januari 2009
Boodschap van de overlegfora sociale economie in Vlaanderen, Wallonië en Brussel:
- Steun voor de recente maatregelen die zijn voorgesteld door de Federale Minister van Werk
- Geen uitbreiding van toegelaten activiteiten, maar een duurzame en structurele financiering
- Sociale economie betrekken bij het sociaal overleg
- Sociale economie maximaliseert het sociale nut van de dienstencheque
De sociale economie stelt ongeveer 9000 dienstenchequewerknemers te werk. Buurt- en nabijheidsdiensten, sociale werkplaatsen, invoegbedrijven en een beschutte werkplaats in Vlaanderen gebruiken het stelsel.
Steun voor maatregelen van minister Milquet
De werkgevers van de sociale economie verwelkomen de recente maatregelen die zijn voorgesteld door de federale minister van Werk om de eerder toegestane uitzonderingen op de fundamentele principes van de arbeidswetgeving af te schaffen. De voorstellen maken een einde aan de onwaarschijnlijke opeenvolging van contracten van bepaalde duur en de toegestane afwijking op de minimale werkduur. De sociale economie hoopt dat deze voorstellen een sterke toename zullen veroorzaken van het aantal contracten van onbepaalde duur binnen het stelsel.
Geen uitbreiding van toegelaten activiteiten, maar een duurzame en structurele financiering
De overlegfora van de sociale economie zijn geen voorstander van een uitbreiding van de toegelaten activiteiten. Voor de sociale economie primeren duurzaamheid en een structurele financiering van het huidige stelsel. De dienstenchequesector heeft in de eerste plaats meer zekerheid nodig. Een verdere regulering van de sector op het vlak van vorming, opleiding en arbeidsvoorwaarden is daarvoor nodig. We pleiten voor een gedifferentieerde financiering binnen het stelsel die gekoppeld wordt aan het type contract, de kwaliteit van de jobs en specifieke doelgroepen waarmee de sociale economie werkt.
Sociale economie betrekken bij het sociaal overleg
De sociale economie is niet rechtstreeks betrokken bij het sociaal overleg van de sector. In het paritair comité 322.01 is de sociale economie zelfs helemaal niet vertegenwoordigd. Nochtans hebben dienstencheque-ondernemingen uit de sociale economie heel wat praktijkervaring opgedaan. De sociale economie is bereid om binnen het sociaal overleg haar expertise en goede praktijken te delen met andere types van dienstencheque-verstrekkers. De samenwerking van alle actoren in het systeem is nodig om de sector verder te structureren en de initiële doelstellingen te realiseren.
Sociale economie maximaliseert het sociaal nut van de dienstencheque
Recente enquêtes van Atout EI en Febecoop adviesbureau Vlaanderen bevestigen dat de kwaliteit van de arbeid bij de dienstencheque-ondernemingen uit de sociale economie erg hoog ligt: werknemers van ondernemingen in de sociale economie voelen zich niet onzeker over de toekomst van hun job. Uit tal van andere studies in opdracht van de federale overheid, blijkt dat de kwaliteit van de arbeid sterk afhankelijk is van het type van dienstencheque-onderneming. De sociale economie streeft naar jobkwaliteit en hecht groot belang aan het welzijn op het werk, de gezondheid en de balans werk en gezin van de medewerkers. Vorming en begeleiding zijn een prioriteit. Een aanzienlijk deel van de arbeidstijd wordt geïnvesteerd in persoongerichte opleidingen, gezamenlijke huisbezoeken en vergaderingen met hun collega's.
Deze aanpak zorgt voor een werkbaar werktempo, een planning op maat van de werknemer, prettige contacten met de klanten en de leidinggevenden en een algemene waardering voor de organisatie waarbinnen men werkt.
Met deze aanpak maximaliseren deze ondernemingen het sociale nut van de dienstencheque. Het gebruik van dienstencheque in de sociale economie differentieert zich op die manier van de aanpak van interimkantoren en van de pure privé-initiatieven, waar optimalisatie van de winst voorop staat.
