logo Sociale economie

Communicatie

3/6/2009: “UNIZO keert eigen KMO’s in sociale economie de rug toe”

PERSBERICHT VOSEC - Brussel, 6 juni 2009

Het Vlaams Overleg Sociale Economie (VOSEC) is verontwaardigd over de boodschappen die UNIZO verspreid over de ondernemingen uit haar sector. “Valse concurrentie”, “wegkapen van werk bij reguliere KMO’s”, “onterecht inzetten van belastingsgeld”. En dat terwijl veel van deze sociale ondernemers lid zijn van... UNIZO.

Meer dan 800 kleine tot middelgrote ondernemingen hebben vandaag in Vlaanderen de kaart getrokken van sociale economie. We kennen ze in de vorm van kringloopwinkels, beschutte werkplaatsen, maar ook de nieuwere initiatieven zoals seniorenzorg, energiesnoeiers, groenwerkers, fietspunten, parkwachters. Stuk voor stuk zijn zij sterke merken geworden.

Bijna 40% van de sociale economie ondernemingen is als KMO lid van UNIZO. Daarnaast participeert UNIZO op lokaal vlak zelfs in het beleid van meerdere initiatieven uit de sector. De lokale keuze van UNIZO en haar KMO’s voor de maatschappelijk verantwoorde rol die de sociale economie opneemt, staat in schril contrast met de uitval van de nationale UNIZO-leiding eerder deze week.

 

Iedereen win(s)t

De sociale economie speelt op een economische markt. De geleverde diensten of gerealiseerde producten hebben een prijs. Een correcte prijs. Ook onze ondernemingen moeten hun balans in evenwicht houden en het nodige rendement halen om duurzame tewerkstelling te garanderen. Maar het rendement gaat verder dan de pure winst. Er is ook maatschappelijke winst. De gecontesteerde fietspunten bijvoorbeeld, nodigen de treinreiziger uit om de fiets te nemen naar het station - en zich misschien zelfs een nieuw rijwiel aan te schaffen. De fietsverkoop aan particulieren en ondernemingen is nog nooit zo sterk gegroeid als de voorbije twee jaren, blijkt uit de groei van het aantal fietshandelaars in diverse regio’s.

Vandaag haalt de sociale economie 24.000 mensen weg uit de werkloosheid. Ondernemingen uit de sector geven hen de kans om door hun werk een volwaardige en zinvolle rol te spelen in de samenleving. Daar wordt iedereen beter van: wie werkt, draagt bij aan de sociale zekerheid, betaalt belastingen en wordt opnieuw consument.

 

Loonsubsidies of notionele intrestaftrek?

Om dit allemaal mogelijk te maken, subsidieert de overheid de ondernemingen in de sociale economie. Deze subsidies zijn een bijdrage aan de loonkost en vangen de “sociale handicap” op - het rendementsverlies van de doelgroepmedewerker ten opzichte van een ‘normale’ werkkracht. De loonsubsidies in de sociale economie staan volledig los van de prijs die op de markt wordt gehanteerd.

Dezelfde regionale en federale overheid stimuleert ook het reguliere ondernemingschap via fiscale maatregelen. U kent ze wel: notionele aftrek, gereserveerde winst, vrijstelling van vennootschapsbelasting, ecologiepremie, KMO-portefeuille en tientallen andere financiële voordelen voor de reguliere sector. Bovendien kunnen ook reguliere bedrijven aanspraak maken op subsidies wanneer ze doelgroepmedewerkers tewerkstellen via invoegmaatregelen of leer-werkcontracten voor jongeren uit het deeltijds beroepsonderwijs.

“Elk door de overheid gesubsidieerd initiatief kannibaliseert de bestaande economie”, zo horen we bij UNIZO. Maken zij een uitzondering voor deze laatste vormen van overheidssteun?

 

Bruggen leggen

UNIZO pleit voor samenwerking. Het Vlaams Overleg Sociale Economie vraagt niet liever. De sociale economie ontwikkelt en versterkt de competenties van de groep achtergestelden tijdens hun tewerkstelling. Voor wie voldoende bagage heeft opgebouwd, wordt de overstap naar de reguliere sector aangemoedigd. “Goede herstellers zijn schaars”, zeggen de fietshandelaars. Als dat zo is, waarom komen de mensen die in het fietspunt de opleiding genoten dan zo moeilijk aan de bak in de sector?

Maximale samenwerking en afstemming tussen de sociale en de reguliere economie is dé rode draad in onze werking. Zo is er bij voorbeeld systematisch formeel overleg op Vlaams en lokaal niveau, tussen de fietshandelaars en de fietspunten, tussen de Bouwunie, de Confederatie Bouw en de energiesnoeiers. Tot slot zijn ook heel wat KMO’s klant bij een sociale economie onderneming. Want samenwerking, daar zijn wij tenminste van overtuigd, leidt steeds tot betere resultaten.