Communicatie
25/2/2008: Sociale economie op de agenda voor de staatshervorming
PERSBERICHT VOSEC - Brussel, 25 februari 2008
Sociale economie wordt genoemd als een van de domeinen die in de eerste fase van de regionalisering wordt opgenomen. De federaties en deelsectoren uit de sociale economie willen in het kader van VOSEC een aantal kritische reflecties naar voren brengen m.b.t. de actuele besprekingen binnen de groep van Wijzen.
Sociale economie heeft al een vergaande regionalisering doorgemaakt en is ondergebracht bij de domeinen Werk en Economie. Een stap verder zetten kan echter niet zonder rekening te houden met een aantal consequenties en voorwaarden en vooral in het voorzien van scherpe garanties op vlak van doelstellingen en financiering van de sociale economie.
Deze garanties moeten voorzien in:
- Een brede invulling en erkenning van het concept 'sociale economie'
- Overdracht van bevoegdheden niet zonder de financiële omkadering
- Een beleidsondersteunende coördinatie en aanspreekpunt voor sociale economie
1. Een brede invulling en erkenning van het concept 'sociale economie'
Sociale economie is een breed werk- en ontwikkelingsterrein van een verscheidenheid van bedrijven en initiatieven die in hun realisatie van hun producten en diensten een aantal maatschappelijk meerwaarden voorop stellen: democratische besluitvorming, de mens en arbeid centraal t.o.v het financieel belang, maatschappelijke inbedding, kwaliteit van de arbeid, transparantie, ... Deze basisprincipes zijn ontwikkeld vanuit een coöperatief gedachtegoed dat de basis heeft gelegd voor de sociale economie vandaag.
Sociale economie heeft in de laatste vijftien jaar sterk geïnvesteerd in de uitbouw van tewerkstelling voor kansengroepen en daar een belangrijke expertise rond opgebouwd. Toch kan het niet enkel gezien worden als een instrumentele invulling van inschakeling en tewerkstelling van kansengroepen in het reguliere of sociale circuit. Ook al zou de tewerkstelling op zich voor kansengroepen op brede basis gerealiseerd worden, dan nog blijft een ontwikkelingstraject voor dit anders ondernemen met de uitgangsprincipes essentieel voor een maatschappij waarin economie ten dienste staat van mens en samenleving en niet omgekeerd.
Vanuit de doelstellingen van de sociale economie zelf zijn de coöperatieve ondernemingen een specifiek voorbeeld binnen de sector, waarbij participatie en gelijkwaardigheid voorop staan en de winst vooral een maatschappelijke invulling krijgt. Ze behoren doorgaans niet tot de gesubsidieerde types van ondernemingen, maar maken wel deel uit van de brede diversiteit van sociale economie.
2. Overdracht van bevoegdheden niet zonder de financiële omkadering
De financiële hefbomen die vandaag aanwezig zijn op het federaal niveau moeten gegarandeerd blijven voor de sector.
Het Kringloopfonds in 2003 opgericht voorziet in een ruim kader voor kredietverlening in de uitbouw van de sector sociale economie. Op korte termijn is een herinvestering nodig om de continuering van de kredietlijn te verzekeren.
Elke vorm van regionalisering moet de garantie bieden dat:
- de respectievelijke ondernemingen in de (sociale werkplaatsen, beschutte werkplaatsen, invoegondernemingen, lokale diensten economie) de ontwikkeling van hun ondernemingen verder waar kunnen maken met een bijzonder kredietverleningsysteem;
- een samenwerking ontwikkeld wordt met de bestaande solidaire financiers binnen het werkveld sociale economie.
De subsidies voor niet commerciële organisaties en commerciële organisaties (rond de 3.000.000 euro vandaag) moet de ontwikkeling van nieuwe initiatieven op het werkveld sociale economie bevorderen.
Investeringen in onderzoek moet gestoeld zijn op vragen en noden uit het werkveld en ten volle ingezet voor de uitbouw van sociale economie.
3. Een beleidsondersteunende coördinatie op federaal niveau
De sector van de sociale economie, die een groep van ongeveer 800 ondernemingen omvat en meer dan 50.000 werknemers tewerkstelt, moet een duidelijke erkenning hebben en betrokken- heid kunnen waarmaken op het vlak van de besluitvorming.
Sociale economie is een domein dat niet afgebakend kan worden op beleidsniveau tot een spoor. Zelfs met een vergaande regionalisering van de competenties van sociale economie blijven sommige domeinen op federaal niveau van belang. De ondernemingen worden door meerdere beleidsdomeinen gestuurd en financieel beïnvloed. Namelijk op vlak van fiscaliteit (BTW), op vlak van sociale zekerheid (SINE), op vlak van werk (dienstencheques), op vlak van justitie (vennootschapsrecht, Nationale Raad voor Coöperaties), op vlak van milieu (ecologisch ondernemen), de paritaire commissies, Europese materies, enzovoort. Een integrale over- heveling van sociale economie ondernemingschap naar de gewesten veronderstelt nog steeds een duidelijk aanspreekpunt en coördinatie op federaal niveau voor sociale economie.
