Over VOSEC
Vlaams Overlegplatform Meerwaardeneconomie
Het Meerwaardenbesluit van de Vlaamse Regering van 8 september 2000 erkent het Vlaams Overlegplatform voor de Meerwaardeneconomie (VOMEC). VOSEC neemt deze rol op zich, wat betekent dat VOSEC de formele vertegenwoordiger is tegenover de overheid van de sociale economie en de meerwaardeneconomie in Vlaanderen.
Uit het Meerwaardenbesluit:
Erkenning
Art. 88. De minister erkent een Vlaams overlegplatform voor de meerwaardeneconomie (VOMEC) met als doel te komen tot een optimalisering van de uitbouw van een meerwaardeneconomie in Vlaanderen.
Art. 89. Dit Vlaams overlegplatform voor de meerwaardeneconomie moet aan volgende criteria voldoen:
- 1° het telt minimaal 60 leden die actief zijn in de meerwaardeneconomie. Deze omvatten de verschillende actoren in de meerwaardeneconomie: organisaties, ondernemingen, regionale incubatiecentra voor de sociale economie, erkende adviesbureaus in de sociale economie, wetenschappelijk personeel, koepelorganisaties en andere actoren vertrouwd met de specificiteit van de sector;
- 2° de statuten garanderen een democratische werking van het overleg;
- 3° de vorm van een vzw aannemen.
Opdracht
Art. 90. Dit Vlaams overlegplatform voor de meerwaardeneconomie neemt minstens volgende taken op zich:
- 1° het verdiepen van de visie omtrent de meerwaardeneconomie;
- 2° het vergroten van het inzicht in de praktijk en impact van de meerwaardeneconomie;
- 3° het aantrekken van de band tussen het regulier circuit en de sociale economie;
- 4° de sensibilisering en verruiming van de kennis op het vlak van de principes van de meerwaardeneconomie naar het bedrijfsleven en de consumenten;
- 5° het signaleren van knelpunten en onderzoeksbehoeften op dit vlak en stimuleren van interdisciplinaire samenwerking;
- 6° de ervaringsuitwisseling en afstemming bevorderen tussen de diverse actoren actief op het vlak van de meerwaardeneconomie;
- 7° het stimuleren en bewaken via zelfregulering van kwaliteitscriteria van de adviesbureaus in de sociale economie, de regionale incubatiecentra voor de sociale economie en de bedrijven actief in de sociale economie;
- 8° het stimuleren van samenwerkingen tussen de verschillende actoren in de meerwaarden economie ondermeer op het vlak van ervarings- en kennisuitwisseling;
- 9° het formuleren van standpunten inzake problemen met betrekking tot de concrete toepassing van de regelgeving;
- 10° het komen tot gezamelijke inzichten met betrekking tot de betreffende regelgeving die ter kennis worden gebracht aan de Vlaamse regering.
